dinsdag 25 maart 2014

22 mei, dan wordt het écht spannend

Het meest ingewikkelde vraagstuk op de uitslagenavond van de gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen woensdag was dat de regeringspartijen VVD en PvdA fors verloren, maar dat de drie constructieve oppositiepartijen D66, CU en SGP, die de coalitie en het beleid van RutteII in feite mogelijk maken, niet werden afgestraft maar juist werden beloond. D66, CU en SGP wonnen, terwijl zij RutteII in het zadel houden en het verderfelijke regeringsbeleid in feite mogelijk maken. Hoe kan dat? Hebben we een verklaring voor deze paradox?

Afgestraft
De eerste verklaring lijkt het meest voor de hand te liggen: de zittende regering wordt afgestraft voor het gevoerde beleid. Politiek is voor de kiezers steeds meer het afrekenen van de zittende machthebbers, waarna hun stemvoorkeuren weer veranderen. Het is dus geen pretje om te regeren.
Dit is wel voldoende om het verlies van de PvdA en de VVD te verklaren en de winst van de echte oppositiepartijen (SP en het herstel van het CDA), maar zegt niets over de winst van de drie constructieve oppositiepartijen, die min of meer hetzelfde beleid voorstaan als PvdA en VVD.


Het volgende probleem voor het kabinet: de Europese
verkiezingen. Foto: Jan Daniels, ANP

De tweede verklaring is dat de drie constructieve partijen worden beloond voor de redelijke oppositie die zij voeren. Ondanks de bakfouten in RutteII, die door grote haast in de formatie zijn gemaakt, laten D66, de CU en de SGP het kabinet niet vallen. Zij willen na een lange instabiele periode in de Nederlandse politiek een snelle val van het kabinet voorkomen. Pechtold (D66) is het meest expliciet in deze redenering. Hij wil politieke instabiliteit in Nederland voorkomen, waarmee hij in feite bedoelt dat hij geen verkiezingen wil en Wilders, die hoog staat in de peilingen, geen kans wil geven op gedoogmacht of echte macht.

De derde verklaring is dat de kiezers het regeringsbeleid afkeuren, maar dat zij waardering kunnen opbrengen voor partijen die de scherpe kanten van dit beleid afhalen. Pechtold bijvoorbeeld haalt veel binnen voor het onderwijs. Slob van de CU houdt kazernes open en garandeert daardoor werkgelegenheid. Van der Staaij haalt zaken voor zijn eigen partij en achterban binnen, zoals het beperken van het aantal koopzondagen. De kiezer heeft bovendien waardering voor de partijen die wel steun verlenen aan het kabinet, maar ook zo nu en dan fel van zich afbijten. De motie van wantrouwen van Pechtold tegen minister Plasterk (PvdA) heeft D66 geen windeieren gelegd.

Bij de drie constructieve partijen springt de winst van D66 natuurlijk het meest in het oog. Als wij iets meer ingaan op de specifieke situatie van D66 op lokaal niveau, kunnen wij misschien nog verder komen met het analyseren van deze paradox. D66 speelde een grote rol in de strijd in de grote steden. In Amsterdam won D66 van de PvdA. Na 66 jaar kwam er een einde aan de dominantie van de PvdA. Jan Paternotte won en Pieter Hilhorst voelde zich gedwongen af te treden. In Den Haag versloeg D66 de PVV. Dat werd op de avond van de verkiezingen nog niet duidelijk, omdat het tellen in Den Haag veel tijd nam.

De positionering van D66 op lokaal niveau - kritisch jegens de PvdA en de PVV - verklaart de winst van een van de constructieve oppositiepartijen. Dat geldt ook, zij het in mindere mate, voor de CU en de SGP. De kritische houding van deze drie partijen ten opzichte van de regeringspartijen PvdA en de VVD en de kritische houding ten opzichte van de PVV aan de andere kant, verklaart de merkwaardige paradox dat de regeringspartijen verliezen, maar de gedoogpartijen die de coalitie mogelijk maken, winnen. Dit verklaart ook dat Pechtold, Slob en van der Staaij niet onmiddellijk het aftreden van het kabinet eisen. Om instabiliteit en nieuwe nationale verkiezingen te voorkomen, zal het kabinet nog wel een tijdje doorregeren.

Voluit gaan
Het volgende probleem voor het kabinet zijn de Europese verkiezingen. Wilders heeft de lokale politiek eigenlijk links laten liggen en stelde op de uitslagenavond dat dit voor de PVV de start was van de Europese verkiezingen op 22 mei. De PVV deed nu slechts mee in twee steden, maar zal bij de Europese verkiezingen voluit gaan. Als de zittende coalitiepartijen, VVD en PvdA, dan weer klop krijgen, wordt het lastig door te regeren.

Bron: Trouw, 22 maart 2014

woensdag 19 maart 2014

Geef burgemeester meer invloed

Na de gemeenteraadsverkiezingen van aanstaande woensdag zal er in 403 gemeenten een college van burgemeester en wethouders (b. en w.) moeten worden geformeerd. Na een periode van verkiezingsretoriek is het weer tijd om te besturen. Het meest opvallende in de informatie- en formatiefase van een nieuw college van b. en w. is dat de burgemeester er amper aan te pas komt. Hoe goed de burgemeester ook is, hij of zij moet maar afwachten wat het resultaat zal zijn van de onderhandelingen tussen de politieke partijen.

Tijdens de vorming van een college, zijn de wethouders in feite oppermachtig. Dat komt omdat de democratische legitimatie van de wethouders groter is dan die van de burgemeesters, die in Nederland door de Kroon worden benoemd. Over de formatiefase staat niks in de Gemeentewet, alleen de ene zin dat de burgemeester tijdens het proces op de hoogte moet worden gebracht van mogelijke vorderingen. Dit is een merkwaardige situatie, omdat in de praktijk de positie van de burgemeester sterker is geworden.

Ik noem daar drie verklaringen voor. Zo zetten burgemeesters van grote steden steeds meer de toon. De nationale overheid raakt taken kwijt aan de steden en gemeenten die een beter schaalniveau lijken te hebben dan de nationale overheid om de effecten van de globalisering op te vangen. Daarnaast groeien de taken en bevoegdheden van de burgemeester. Een belangrijk onderdeel van de portefeuille van de burgemeester bestaat uit openbare orde en veiligheid. Deze wettelijke taken zijn de laatste jaren door terreuraanslagen, uitgaansgeweld, bedreigingen en problemen met supporters sterk toegenomen en hebben aan belang gewonnen. En de inwoners van de gemeente zien de burgemeester als baas van de gemeente, zij hebben geen oog voor de complexiteit van de verhoudingen tussen de wethouders en de burgemeester. Burgers vergelijken de gemeente met een bedrijf en aan het hoofd daarvan staat een directeur: in dit geval de burgemeester.

Weinig ruimte
Terwijl het soortelijk gewicht van de burgemeesters dus toeneemt, gunnen de wethouders hem of haar tijdens de formatie dikwijls weinig ruimte. Dat is verbazingwekkend omdat de wethouders en de burgemeester na de verkiezingen dikwijls stellen dat zij als een hecht team willen functioneren en dat zij als groep resultaten willen boeken.

Burgemeester Jan van Zanen na
zijn installatie in Utrecht.
Foto: Bart Maat, ANP
Sommige burgemeesters zullen het niet erg vinden als zij beperkt worden in hun taken, want zij prefereren een meer ceremoniële rol (de lintenknipper), terwijl andere burgemeesters een meer presidentiële rol ambiëren: zij willen een goedgevulde portefeuille en beleidsinhoudelijk aan de slag gaan. Zij willen iets voor hun stad betekenen. Dit type burgemeester komt steeds meer voor. In Nederland valt te denken aan Aboutaleb (Rotterdam), Van Aartsen (Den Haag) en Van der Laan (Amsterdam). De burgemeesters zoeken naar een niche voor de stad of gemeente en proberen deze meer te profileren.

De onduidelijke positie van de burgemeester is ontstaan omdat de Wet Dualisering Gemeenten in feite niet is afgemaakt. Het logische sluitstuk van die exercitie zou een indirecte, door de gemeenteraad, of een direct door de bevolking gekozen burgemeester zijn, waardoor college en gemeenteraad werkelijk tegenover elkaar komen te staan en waardoor van het college een hecht team kan worden gemaakt. Dat is niet gebeurd. Het gevolg is dat wij nog steeds een door de Kroon benoemde burgemeester hebben, die zowel voorzitter is van het college van burgemeester en wethouders als de gemeenteraad.

Het lijkt niet meer dan logisch de Wet Dualisering af te maken en de gekozen burgemeester in te voeren. Persoonlijk ben ik voor een rechtstreeks gekozen burgemeester die met een eigen ploeg wethouders en een duidelijk programma de verkiezingen ingaat. Dat geeft spanning en doet recht aan het toegenomen gewicht van de burgemeester.

Dit is de derde aflevering in een serie over de gemeenteraadsverkiezingen.

Bron: Trouw, 15 maart 2014

dinsdag 11 maart 2014

D66 rukt op vanuit de stad, zoals ooit de PvdA

Het voorspellen van de verkiezingsuitslag blijft lastig, maar de interessantste uitslag is waarschijnlijk die in Amsterdam. Daar kan D66 groter worden dan de PvdA. Die uitslag heeft landelijke betekenis.

Op het recente partijcongres van D66 sprak partijleider Pechtold de hoge verwachtingen uit die hij heeft van de gemeenteraadsverkiezingen. Hij riep Jan Paternotte, de jonge lijsttrekker van D66 in Amsterdam op, de verkiezingen te winnen. Zoals Van Mierlo als oprichter van de partij de voorpagina van The New York Times in 1967 haalde, zo zou Paternotte in 2013 toch in staat moeten zijn die van Het Parool te halen.

Lijsttrekker van D66 in Amsterdam Jan Paternotte (rechts)
in debat met Pieter Hilhorst (PvdA). Foto: Jan Boeve, HH
 
Jan Paternotte moet niet worden onderschat. Hij gaf een ijzersterke, beheerste en humoristische speech op het D66-congres. Hij is 29 en bracht de fractie in Amsterdam na lange tijd weer op orde. Paternotte gaf in zijn speech aan dat het niet goed is dat Amsterdam al 66 jaar door dezelfde partij wordt bestuurd. D66 moet de PvdA aflossen. De partij heeft altijd bestaan uit vernieuwers en die zijn nodig, bij de grote stadsproblematiek, de huizenmarkt en het onderwijs.

Dat D66 het - in het hele land - zo goed doet in de peilingen, is te verklaren uit de wisselwerking tussen de nationale en de gemeentepolitiek.

Een deel van het electoraat is teleurgesteld in het kabinet van VVD en PvdA. De VVD-achterban vindt nivelleren helemaal geen feest en bij de PvdA zitten ze niet op de forse bezuinigingen op de sociale zekerheid te wachten. Een deel van de teleurgestelde kiezers zoekt een uitweg: naar D66. Het voorzichtige economische herstel komt net te laat voor de partijen van Rutte 2.

Een tweede verklaring voor het succes in de peilingen is dat de kiezers Pechtold belonen voor zijn constructieve oppositie. D66 bleef buiten de coalitie, zette zich snel over de teleurstelling heen en sloot akkoorden voor noodzakelijke hervormingen.

Sterke mensen
Een sterk punt is ook dat Pechtold zich in de fractie omringt met sterke mensen. Een krachtige politiek leider rekruteert talent. Voorbeelden zijn de financieel specialist Koolmees en het kamerlid Schouw, die de status quo bestookt met het ene na het andere initiatiefwetsontwerp en binnenkort zelfs de gekozen burgemeester mogelijk maakt.

Een factor is ook dat D66 principieel stelling neemt tegen de PVV, en zich opstelt als een kosmopolitische partij die een inclusieve democratie voorstaat: geen enkele groep wordt buitengesloten.

Allochtone kiezers verlaten mogelijk de PvdA Zij zijn hogeropgeleid dan in het verleden en hebben dikwijls een ondernemende instelling. Zij vinden het statische onderscheid tussen allochtonen en autochtonen ridicuul. Het is de tragiek van de sociaaldemocratie dat mensen die mede dankzij de PvdA een betere positie krijgen, zich uiteindelijk afkeren van die partij.

Aan het eind van zijn speech noemde Jan Paternotte heel uitgekiend, diverse succesvolle wethouders van D66 in verschillende steden: Hilversum, Wageningen, Haarlem en Leiden Dit is misschien wel de belangrijkste en zesde hypothese voor het succes van D66. Diverse wethouders van de partij doen het goed op het lokale niveau: ze schaffen regels af en geven ruimte aan bedrijven.

Misschien wilde Paternotte hiermee aangeven dat de gang van D66 op die van de SDAP en de PvdA gaat lijken. Omdat vooruitstrevende partijen dikwijls lang uit de regering worden gehouden, gaan zij experimenteren op gemeentelijk niveau. Als de peilingen uitkomen en D66 wint in Amsterdam van de PvdA, dan verslaat het wethoudersliberalisme het wethoudersocialisme. Dan ligt de weg naar het kabinet voor D66 open.

Dit is de tweede aflevering in een serie over de gemeenteraadsverkiezingen.

Bron: Trouw, 8 maart 2014

vrijdag 7 maart 2014

De gemeente, daar gebeurt het echt

De teneur van de meeste artikelen over de komende gemeenteraadsverkiezingen is bijzonder negatief. Het leger aan azijnpissers lijkt rond de gemeenteraadsverkiezingen weer te zijn gegroeid. De opkomst wordt laag ingeschat, de kiezers weten niet wat er speelt en de gemeenten zijn niet in staat de drie decentralisaties (werk, zorg en jeugd) op te vangen.

Vanwege de voorjaarsmoeheid zou het eenvoudig zijn in deze kritiek mee te gaan, ware het niet dat ik veronderstel dat het tij rond de gemeentepolitiek aan het keren is. Op 19 maart van dit jaar zal het nog lastig zijn - de opkomst zal laag zijn - maar de betekenis van de gemeenten neemt toe en de importantie van de gemeentepolitiek zal in de toekomst groeien.

Glokalisering
De gemeenten worden belangrijker door een proces dat kan worden aangeduid met de term 'glokalisering'. Dit is een samenvoeging van twee termen, namelijk globalisering en lokalisering. Deze twee ontwikkelingen hebben met elkaar te maken (dat is ook de relatie tussen de gemeenteraadsverkiezingen en de Europese verkiezingen dit jaar) en zullen ervoor zorgen dat het soortelijk gewicht van Europa en de gemeenten toeneemt. Globalisering betekent dat economische en politieke processen van verschillende nationale staten steeds meer met elkaar verstrengeld raken. De economische globalisering leidt tot een internationalisering van politiek en bestuur. De voortgaande integratie van de Europese Unie is hiervan een voorbeeld.

De globalisering roept echter ook een tegenreactie op, namelijk de lokalisering van politieke en bestuurlijke processen. Dat betekent dat mensen zich in de grotere wereld steeds meer richten op het lokale bestuur, dat nog overzichtelijk is en waar de kiezers nog invloed op kunnen hebben. Het gevolg van deze twee ontwikkelingen is zonneklaar. De nationale staat raakt steeds meer taken en bevoegdheden kwijt aan Europa en aan de gemeenten. Politiek Den Haag kleedt zichzelf uit.
De gemeente zal zich steeds meer ontwikkelen tot de eerste overheid. De taken van de verzorgingsstaat worden door dit kabinet naar de gemeenten gedecentraliseerd. Dat betekent dat de verzorgingsstaat zich verplaatst naar het gemeentelijke niveau, terwijl de nationale overheid zich vooral nog bezighoudt met justitie en veiligheidsvraagstukken. De centralisatie van de politie is van die laatste ontwikkeling een voorbeeld. We krijgen dus te maken met een lokale verzorgingsstaat en een nationale veiligheidsstaat.

Spontane herindelingen
De gemeente zal zich steeds
meer ontwikkelen tot de
 eerste overheid.
Foto: ANP
De gemeentepolitiek krijgt door de decentralisatie van de taken van de verzorgingsstaat steeds meer vulling. Burgers van gemeenten voelen dit feilloos aan. Dit geeft ook een verklaring voor het feit dat er steeds meer spontane herindelingen tussen gemeenten ('van onderop') plaatsvinden.

Burgers accepteren gemeenten van meer dan 100.000 inwoners veel eenvoudiger dan in het verleden om het kwaliteitsniveau van de dienstverlening van de lokale verzorgingsstaat op orde te houden. Terwijl herindelingen van onderop worden geaccepteerd zien wij dat fusieprocessen die door de politiek worden aangestuurd niet worden overgenomen en dikwijls vastlopen.
Vanzelfsprekend zijn er nog gemeenten die niet willen fuseren, maar kleinere gemeenten willen in toenemende mate met grotere gemeenten samenwerken om de complexe taken van de lokale verzorgingsstaat te kunnen uitvoeren.

Daar zijn capabele bestuurders en deskundige ambtenaren voor nodig. Kleine gemeenten kunnen dit niet meer opbrengen. De taken die nu worden gedecentraliseerd, worden nog ingekaderd door Den Haag, maar het zou goed zijn als de gemeenten daar een eigen rol bij oppakken.
Zij zullen de ruimte moeten zoeken om het beleid van de lokale verzorgingsstaat in samenwerking met de burgers en verenigingen naar eigen inzicht en naar lokale gebruiken en gewoonten in te vullen. Op die manier valt er weer iets te kiezen binnen gemeenten en kunnen zij van elkaar leren.

Dat proces zullen lokale politici duidelijk moeten maken aan de kiezers, zodat er tussen politieke partijen een duidelijke politieke strijd ontstaat over de zeggenschap en de controle in de gemeenten. Dan zal de opkomst van de kiezers bij de gemeenteraadsverkiezingen in de toekomst toenemen.

Dit is de eerste aflevering in een serie beschouwingen van Jouke de Vries over de gemeenteraadsverkiezingen.
Bron: Trouw; 28 februari 2014