donderdag 19 mei 2016

De opmars van de disruptieve politiek

De onzekerheid is groot in de Nederlandse politiek. Complexe problemen komen op de politiek af. De vluchtelingencrisis is het meest actuele voorbeeld. Kiezers zien de politici zichtbaar worstelen met het vraagstuk. De politici tasten in het duister en lijken net als voor de Eerste Wereldoorlog meer op slaapwandelaars dan op leiders. Het is voor iedereen moeilijk oplossingen te vinden. De twijfel over de parlementaire democratie groeit daardoor.
In het parlement wordt volgens een groeiend deel van de bevolking alleen maar gepraat, zonder resultaten te boeken. Polarisatie tussen politieke partijen en maatschappelijke groepen vormt dan een gemakkelijke uitweg. De politiek verplaatst zich ten dele naar de straat en er verschijnen kaartjes in kranten over incidenten bij asielzoekerscentra en gemeentelijke hoorzittingen. Raadsleden en burgemeesters worden bedreigd. De politieke stijl is in Nederland zichtbaar aan het veranderen. Lag in het verleden de nadruk op samenwerken en het zoeken naar consensus, tegenwoordig hebben wij te maken met wat ik disruptieve politiek zou willen noemen. Deze term is geïnspireerd op de innovatieliteratuur. Daarmee bedoel ik de snelle opkomst van nieuwe politieke partijen die tot ontwrichting van de bestaande politiek leidt.
Grote bedrijven worden door de digitalisering geconfronteerd met kleine bedrijven die exponentieel kunnen groeien. Kleine innovaties, die vaak ingarages ontstaan, krijgen vleugels en vormen een bedreiging voor grote bestaande organisaties. De grote bedrijven gaan ten onder of nemen de startups over. Het is allemaal zichtbaar in de Nederlandse winkelstraten. Het is een periode van creatieve destructie, aangejaagd door de digitalisering.

De vraag is interessant of deze processen zich ook in de politiek voordoen, de grote Nederlandse politieke partijen - VVD, CDA, PvdA - zijn de afgelopen decennia eveneens geconfronteerd met kleine partijen, soms afsplitsingen van zichzelf, die plotseling of na verloop van tijd een sterke groei laten zien. Van een driestromenland (liberalisme, christen-democratie en socialisme) is in Nederland allang geen sprake meer. De nieuwe partijen die een radicaal andere agenda voorstaan, leiden tot disruptieve politiek, omdat de nieuwe politieke partijen verbaal scherp aan de wind zeilen en de bestaande politieke partijen er lastig mee kunnen omgaan. Bovendien is de politieke mobilisatie sterk aan het veranderen. Opeens zijn daar GeenStijl en Jan Roos die een referendum organiseren rond het Associatieverdrag met Oekraïne. Het gevolg is het ontregelen van de bestaande politieke en bestuurlijke processen. De Nederlandse politiek wordt al langer met disruptieve politiek geconfronteerd.

Het eerste voorbeeld is de opkomst van Pim Fortuyn. Vanuit het niets gooide hij de Nederlandse politiek in de war. Het tweede voorbeeld is Geert Wilders. Hij is een meester in het ontregelen van de politiek. Ook internationaal zijn er legio voorbeelden: Beppe Grillo in Italië en Donald Trump in de Verenigde Staten. Zij komen als kometen opzetten, keren zich fel tegen de bestaande politieke agenda, gebruiken de sociale media als geen ander en maken het de bestaande politieke partijen bijzonder lastig. Die politieke partijen reageren doorgaans paniekerig op deze ontwikkelingen. Met hun ver doorgevoerde rationaliteit weten zij niet om te gaan met deze meer emotionele ontwikkelingen in de politiek. Door de bestaande partijen worden de nieuwe partijen als amateurs weggezet en hun leiders soms gedemoniseerd. Een van de gevolgen van de disruptieve politiek is dat het steeds lastiger wordt stabiele regeringscoalities te vormen, omdat de politieke cultuur van samenwerken onder druk staat. Politiek is spektakel geworden, waarbij bedreigingen en beledigingen schering en inslag zijn. Deze polarisatie leidt tot verlamming. Het vreemde is dat iedereen lijkt te worden meegesleurd in deze politieke cultuur. We steken elkaar aan. Het maakt ons allemaal radicaler, het redelijk midden verdwijnt en wij accepteren minder van elkaar. Zo langzamerhand wonen we qua politieke cultuur en mobilisatie in een ander land. Zo ging het in het verleden waarschijnlijk ook toen er grote crises ontstonden. Pas na deze crises ontstond er ruimte voor de vraag waarom wij dit destijds niet beter hebben gezien en dit hadden kunnen voorkomen.


(Dit opiniestuk verscheen op  18 februari 2016 in de Volkskrant)