maandag 10 oktober 2011

Cohen moet visie geven aan PvdA in slechts tien pagina’s

Een sociaal-democratische partij is internationaal of ze bestaat niet. Cohen moet een visie opstellen waarin de PvdA haar richting zoekt in het opvangen van de gevolgen van de globalisering van de economie.

Miljoenen mensen hebben het filmpje 'Ik dacht het niet Job' gezien Het gaat niet goed met de PvdA. De peilingen geven al lange tijd slechte uitslagen aan. Het leiderschap van Job Cohen staat daardoor ter discussie. De vraag kan worden gesteld waarom de leiderschapsstijl van Job Cohen op dit moment niet werkt. Het lijkt erop dat zijn sterke kenmerken - verdraagzaamheid en tolerantie - niet langer passend zijn bij de politieke cultuur die Nederland tegenwoordig kenmerkt.

De leiderschapsstijl van Job Cohen is die van een pragmatisch incrementalist. Dergelijke politici gaan ervan uit dat veel maatschappelijke problemen lastig zijn op te lossen of dat de kennis ontbreekt om dat te doen. 'We zijn allemaal amateurs!' Dergelijke praktische politici laten de tijd het werk doen bij het oplossen van maatschappelijke problemen. Besluiten neem je pas als het echt niet meer anders kan.

Cohen is bovendien sterk rationeel ingesteld. Hij wikt en weegt en probeert op die manier tot kwalitatieve goede besluiten te komen. Deze stijl past blijkbaar niet meer bij de hedendaagse Nederlandse politiek, die door structurele ontwikkelingen aan veranderingen onderhevig is. De onderliggende ontwikkelingen zijn de globalisering van de economie, de groeiende toepassingen van de informatie- en communicatietechnologie (ict) en de opkomst van de moderne media. Door deze ontwikkelingen is er binnen de politiek ruimte ontstaan voor nieuwe politieke partijen en politieke ondernemers die gebruikmaken van deze ontwikkelingen.

De belangrijkste veranderingen zijn:
-De enorme snelheid van het politieke handelen:
 Door het gebruik van 'sociale media' is de communicatiesnelheid enorm toegenomen. Politici dienen razendsnel te reageren op gebeurtenissen. De politiek beperkt zich steeds meer tot 140 karakters wat ten koste gaat van de kwaliteit van de besluitvorming. Cohen beleeft weinig plezier aan deze Twitterdemocratie.



-De You Tube-isering van de politiek:
 Politiek is steeds meer amusement geworden en politici moeten zich steeds meer gedragen als stand-up comedians. De You Tube-isering van de politiek gaat steeds verder. De laatste ontwikkeling zijn gemanipuleerde filmpjes. Het filmpje van LuckyTV in De Wereld Draait Door 'Ik dacht het niet Job!' is door miljoenen mensen bekeken. Dan past alleen maar een humoristische tegenreactie, maar de PvdA draaide door!



-Politiek zonder dikke rapporten: 
Wetenschappelijke rapporten worden nauwelijks meer gelezen. Het leidt tot fact free politics. Iedereen roept maar wat en heeft binnen zijn eigen kader gelijk. Cohen is naar mijn mening nog altijd een academicus en voelt zich beter thuis bij de wetenschappelijke rapporten. De Nederlandse politiek wordt gekenmerkt door de opkomst van populistische partijen, zowel aan de linker- als de rechterkant van het politieke spectrum.

-De opkomst van populistische partijen:
 De populistische partijen zijn meer polariserend en mobiliserend dan de PvdA, waarvan de bestuurders nog altijd consensus en een redelijke opstelling nastreven. Bij de PvdA leidt dit tot een merkwaardige benadering van het minderheidskabinet-Rutte. Het kabinet wordt niet in de problemen gebracht, maar eerder geholpen, omdat Cohen redelijkheid wil uitstralen.



-De politiek is harder geworden: 
Het lukt Geert Wilders van de PVV keer op keer om de Algemene Beschouwingen te ontregelen. Daar wordt heel goed over nagedacht.Cohen werd door de eerste interruptie van Wilders tijdens de algemene politieke beschouwingen meteen uit zijn evenwicht gebracht en slaagde er niet in het initiatief in het debat terug te krijgen.

De vraag 'Wat te doen?'is in linkse kringen niet ongebruikelijk. In de eerste plaats zal Cohen een ander register vanleiderschap moeten opentrekken.Hij zal een meer polariserende stijl moeten hanteren omdat de Nederlandse politiek isveranderd. I

n de tweede plaats zal hij de rekrutering van medewerkers moeten evalueren. De keuze van naaste medewerkers is een van de belangrijkste aspecten voor het succesvol uitoefenen van de politieke macht. Als Cohen zelf niet de weg van de polarisatie wil opgaan, zal iemand anders in de PvdA dat moeten doen. 'Als je een hond hebt, hoef je zelf niet te blaffen!' Beide zaken zijn op de korte termijn te regelen. Daarna kan Cohen gaan werken aan een visie. Dat hoeft geen dik boek te zijn, want die worden toch niet meer gelezen. Het kunnen tien pagina's zijn die richting geven aan de PvdA, waardoor de coördinatie van activiteiten in de partij eenvoudiger gaat verlopen. Het partijbestuur, de fractie, het wetenschappelijk bureau en de afdelingen komen daarmee meer op een lijn.

De richting zal de PvdA moeten zoeken in het opvangen van de gevolgen van de globalisering van de economie. Hoe internationaal sceptisch wij ook zijn, deze ontwikkelingen gaan door. De SP en de PVV voeren met hun verzet tegen de globalisering een achterhoedegevecht. Een sociaal-democratische partij is internationaal of bestaat niet. De globalisering moet worden gezien als een uitdaging. De PvdA moet aangeven hoe in deze snel veranderende wereld vreedzaamheid en stabiliteit in een democratie kunnen worden bereikt.

woensdag 21 september 2011

Europa als oplossing

Rutte en De Jager hebben beleidsmatig afscheid genomen van Wilders, politiek nog niet!

Commentaar op de rijksbegroting 2012 Kamer van Koophandel Lezing op Prinsjesdag (dinsdag 20 september 2011) voor de Kamer van Koophandel en het Centrum Regionale Kennisontwikkeling. 

 Inleiding 

Ik ben door de organisatoren gevraagd mijn mening te geven over de rijksbegroting 2012. Mijn vrouw vroeg mij gisteren wat ik vandaag ging doen. Ik vertelde haar dat ik een lezing over de begroting ging houden voor de Kamer van Koophandel. Waarom moet jij dat doen, vroeg zij stimulerend. Mensen van de Kamer van Koophandel weten toch zelf alles wel over de economie!

Ik ben inderdaad geen econoom, maar publiceer wel over overheidsfinanciën in een internationale onderzoeksgroep. Ik zou deze begroting ook niet louter en alleen vanuit een economisch perspectief willen analyseren. Ik onderzoek meer vanuit de bestuurskunde waarbij ik de nadruk leg op een politicologische benadering van deze begroting.

Twee opvattingen 
Op dit moment circuleren er twee verhalen over de crisis. In het eerste verhaal wordt de vraag gesteld of er wel werkelijk sprake is van een crisis. We stijgen op de lijst van innovatieve economieën (langzaam maar geleidelijk) en de autoverkopen trekken sterk aan! Economie is voor een groot deel psychologie terwijl de reële economische ontwikkelingen soms anders zijn.

Het andere verhaal is dat de tweede dip er aan komt en dat deze misschien nog zwaarder zal zijn dan de eerste. Wim Boonstra van de Rabobank stelden hedenochtend dat het vijf voor twaalf is. Alle indicatoren nemen op dit moment waarden aan die zich ook enkele weken voor de val van Lehman Brothers voordeden. De banken lenen elkaar nauwelijks meer geld en er wordt rekening gehouden met een crash van de dollar.



De kredietcrisis
De eerste financiële crisis 2008 ( de kredietcrisis) is redelijk aangepakt door de Nederlandse overheid, hoewel men de crisis niet zag aankomen en niet in de gaten had dat de Nederlandse financiële sector zwaar was geïnfecteerd door de rommelhypotheken in de Verenigde Staten. Bij de eerste crisis werden de kenmerken van de hedendaagse economie zichtbaar. De verstrengeling van de banken en de landen (door ICT en Globalisering) had men niet scherp geanalyseerd. De verstrengelde complexe systemen zijn het kenmerkende van de hedendaagse economieën, die daardoor minder goed voorspelbaar zijn dan in het verleden. Kleine gebeurtenissen kunnen grote gevolgen hebben. De begroting deed zijn werk. De eerste crisis werd goed aangepakt omdat de automatische stabilisatoren hun werk deden. Tijdens de crisis werden de budgetregels versoepeld, nadien werden zij weer aangescherpt.
 
De landencrisis
Nu zitten wij met een landencrisis die ook wel wordt aangeduid als de eurocrisis. Dat is niet terecht omdat de euro niet is weggevallen en de crisis niet alleen in de Eurozone speelt. Ook in de Verenigde Staten is er sprake van een crisis. Vele landen verkeren in de problemen.

Welke problemen kunnen wij noemen:



1.     de grote volatiliteit van de beurzen;

2.     het dalende vertrouwen in de banken;

3.     de hoge staatsschulden;

4.     de vergrijzing van de bevolking;

5.     het vastzitten van de woningmarkt;

6.     de immobiliteit van de arbeidsmarkt;

7.     beleidsinterventies die dikwijls niet werken (miljarden zijn verdampt);

8.     het ontbreken van politiek leiderschap in de VS en in Europa.  



Het kabinet plaats de rijksbegroting 2012 terecht in een internationale context. De veranderende “balance of power” dringt nu door tot het kabinet, terwijl de Hoogovens in IJmuiden allang Tata heten en China wereldwijd via “soft and hard power” intervenieert. De internationale politiek is definitief anders dan wij sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog denken. De “balance of power” is dramatisch verschoven en verschuift naar de Indische Oceaan. De oude democratieën van de VS en Europa tonen zich vermoeid (de rollator democratie)  de opkomende economieën tonen energiek en nemen sneller beslissingen. Zij eisen hun deel op, met name in de institutionele structuur die leiding en coördinatie moet geven aan de wereldeconomie. Het kabinet zegt weinig over een nieuwe buitenlandse politiek, die zich meer zou moeten richten op de nieuwe machtsverhoudingen.
 
Nog relevanter voor de begroting is Europa dat met een landencrisis geconfronteerd wordt. De financiële crisis is overgegaan in een landencrisis. Deze speelt vooral in Zuid Europese landen met Ierland als noordelijke uitzondering. De Keltische tijger is gaan liggen. Er moet worden bijgesprongen waardoor het begrotingstekort en de staatsschuld toeneemt. Het kabinet neemt maatregelen ter crisisbestrijding en wil crisispreventie. Het laatste wordt vooral gezocht in een toenemende beleidscoördinatie in Europa: het noodfonds moet groter, er moet een Eurocommissaris voor de begroting komen en de positie van de ECB dient te worden versterkt.

Eigenlijk geeft het kabinet aan dat de budgetsoevereiniteit over moet gaan naar de Europese instellingen. We ontkomen naar mijn mening niet meer aan een Verenigde Staten van Europa. Een munt kan alleen sterk blijven als de monetaire unie wordt vergezeld door een politiek en militaire unie. Het wordt door de economische ontwikkelingen afgedwongen, maar het kan in een verdeeld Europa met sterke populistische bewegingen niet hardop gezegd worden.  Beleidsmatig hebben Rutte en De Jager afscheid genomen van Wilders, politiek echter nog niet.

Geen verassingen
De rijksbegroting 2012 vertoont geen grote verassingen. Het coalitieakkoord van het kabinet-Rutte is economisch gedreven en dwingend. Na de financiële crisis was door twintig ambtelijke werkgroepen voorbereid dat er 18 miljard moest worden bezuinigd. Deze bezuinigingen zijn nu meer ingevuld en zullen meer voelbaar worden. Dat is het verschil met vorig jaar toen de koopkracht nog steeg. Voor het eerst wordt de crisis waar zoveel over is gesproken voelbaar in de portemonnee. Voor velen -1% verlies aan koopkracht. Dat is nog niet het grootste probleem, maar wel de stapeling van bezuinigingen bij sommige groepen, waardoor er sprake is van soms 5% of meer aan koopkrachtverlies.



Het kabinet formuleert drie doelstellingen:

1.     financiële stabiliteit;

2.     het weer gezond maken van de overheidsfinanciën

3.     het versterken van het groei vermogen van de economie: aandacht voor onderwijs, infrastructuur en flexibilisering van de arbeidsmarkt.

Als de situatie in Europa verslechtert dan zal Nederland meer moeten bezuinigen dat de 18 miljard. Er wordt nu al een extra bedrag van 5 miljard genoemd. Politiek lijkt dit niet haalbaar omdat Wilders zich er tegen heeft uitgesproken. Maatschappelijk is het de vraag of je nog verder  kunt bezuinigen op de sectoren die al worden gekort? De rek is er een keer uit.

Het maakt ook duidelijk dat enkele andere grote dossiers moeten worden aangepakt waar men nu door het regeer- en gedoogakkoord structurele wijzigingen uit de weg gaat.

Grote kwesties uitgesteld
Als de gang van zaken in Europa tegenvalt dan zal er nog meer moeten worden bezuinigd. Ik denk niet dat het kabinet dan nog meer op de bekende groepen en sectoren kan bezuinigen. Dan zullen de grote kwesties van de Nederlandse politiek moeten worden opgelost of uitgeruild tussen de politieke partijen: de woningmarkt (aftrek hypotheekrente), de vergrijzing (de zorg) en de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Daar is een andere politieke meerderheid voor nodig dan de huidige. Juist door de linkse en rechtse agenda die Wilders representeert, zijn er weinig hervormingen mogelijk. Maar het probleem van de Nederlandse politiek op dit moment is dat er nauwelijks krachtige meerderheden te vinden zijn, omdat er geen grote politieke partijen meer zijn die hun visie kunnen opleggen.   



De politieke context van deze rijksbegroting
Het kabinet Rutte is een minderheidskabinet met wisselende meerderheden. De gedoogconstructie is nogal ingewikkeld.  In de Tweede Kamer is de PVV van Wilders de gedoogpartij, terwijl de PvdA de gedoog partner tegen wil en dank is. Het regeerakkoord kent een bezuiniging van 18 miljard. Het gedoogakkoord bestaat vooral uit anti immigratiebeleid. Het regeerakkoord is getekend door Wilders en wordt geleidelijk geïmplementeerd, de burgers gaan de bezuinigingen nu echt voelen. De doelstellingen van het anti immigratiebeleid zijn veel lastiger te bereiken, waardoor de uitweg symboolpolitiek is: een boerka verbod. De concrete leefwereld van Henk en Ingrid verandert nauwelijks, de inhoud van hun portemonnee wel. Hierdoor zal de onvrede bij de achterban van Wilders toenemen. Op dit moment wordt het kabinet vooral gedoogd door Cohen, zie het Pensioenakkoord en Europa.



Ook rond Europa wordt het kabinet gedoogd door de PvdA van Cohen die de bestuurlijke redelijkheid laat domineren. Deze strategie  betaalt zich electoraal echter niet uit voor de PvdA. Cohen roept Wilders op de stekker eruit te trekken. Cohen zou dit ook zelf kunnen doen maar dit vereist een keiharde machtspolitiek. Dat lijkt een op verlies staande PvdA nog niet te kunnen opbrengen waardoor men droomt over een wisseling van de kabinetssamenstelling. De PVV eruit en de gedoogpartijen tegen wil en dank erin. Zelfs zonder nieuwe verkiezingen, wat naar mijn mening niet mogelijk is, maar wel ondenkbaar. Of Cohen moet het inderdaad overlaten aan Wilders, maar die wordt gedreven door sterke anti linkse sentimenten.  De politieke strijd zal de komende tijd vooral gaan over zaken  die niet in het gedoog of regeerakkoord voorkomen. In het regeer en gedoogakkoord bestond nauwelijks aandacht voor de internationale politiek of Europa.



Mede daarom zijn de ministers Rosenthal en Hillen schietschijf voor de PVV geweest.  De ingediende rijksbegroting staat inderdaad vol over Europa. Er wordt vanwege Wilders weinig expliciet over geschreven, maar eigenlijk betekent de rijksbegroting 2012 dat de budgetsoevereiniteit van Nederland wordt overgedragen aan Europa. Het verhaal van Europa ontbreekt echter nog, maar ik zie geen andere mogelijkheid in een globaliserende wereld met drie sterke regio’s: de VS, Europa en het Verre Azië. De kans is aanwezig dat Wilders Europa zal aangrijpen om te breken, maar pas als hij electoraal structureel hoger staat dan de VVD. Dan is hij de grootste partij en krijgt hij het initiatief bij de volgende formatie.

De rijksbegroting 2012 zal naar mijn mening worden goedgekeurd. De crux zit hem niet in wat wordt voorgesteld, maar wat er gaat komen. Het gaat om onverwachte gebeurtenissen, de zwarte zwanen van Taleb. Dat zijn onverwachte gebeurtenissen waar niemand rekening mee houdt. Waarop Wilders moet reageren en Rutte moet jongleren. De onzekerheid is erg groot. Voorspellingen zijn nauwelijks meer mogelijk in een globaliserende complexe economie waarbij wederzijdse verstrengeling het belangrijkste kenmerk is. Politici en beleidsmakers tasten over vele zaken in het duister. Het is snorkelen in een moddersloot. We weten niet precies wat er aan de hand is en er is geen politieke overeenstemming hoe wij de problemen aanpakken. Als wij met een tweede dip in de economie worden geconfronteerd dan is er geen beleidsruimte meer zoals dat bij de eerste dip het geval was. De oplossing moet dan politiek in Europa gezocht worden, maar op dat punt zit de Nederlandse politiek muurvast. 



Wat moet er gebeuren?Volgens mij het volgende:

1.     De bankensector moet op orde worden gebracht om het vertrouwen te herstellen;

2.     Europese leiders zullen leiderschap moeten tonen. De populistische stromingen van links en rechts hebben wel gelijk dat wij de democratie op het Europese niveau moeten versterken en verbeteren. Politiek leiderschap is ook nodig in de Verenigde Staten. Politiek is harde strijd, eenmaal in het bestuur ( the administration) betekent besturen dat je naar elkaar toe komt en oplossingen doorvoert.

3.     Het kabinet zal niet alleen moeten bezuinigen, maar ook een groeiperspectief moeten schetsen. Een ander economisch paradigma is nodig, misschien kunnen wij dat vinden in de duurzaamheiddiscussie.

4.     Grote kwesties zoals de vergrijzing, de zorg en de woningmarkt zullen moeten worden aangepakt;

5.     Internationale financiële structuur bij de tijd brengen; aanpassen aan de veranderende internationale  machtsverhoudingen.

donderdag 15 september 2011

Een academisch klimaat in Leeuwarden

Lezing in het kader van het stadsdebat georganiseerd op in de Kanselarij te Leeuwarden op donderdag 15 september 2011.
 


De organisatoren van dit stadsdebat hebben mij gevraagd iets te zeggen over een academisch klimaat in Leeuwarden. Dit in verband met de ontwikkeling van de University Campus Fryslan (UCF). 

Ik zal eerst moeten legitimeren waarom ik voor deze lezing ben gevraagd. De eerste reden is dat de organisatoren mij hebben gevraagd omdat ik als decaan van de Campus Den Haag ervaringen heb opgedaan met de opbouw van een universitaire vestiging in een stad waar geen universiteit was en waar ook gewerkt wordt aan een academisch klimaat. De tweede reden is dat ik lid ben van de Raad van Toezicht van de University Campus Fryslan.

Ik zal eerst moeten legitimeren waarom ik voor deze lezing ben gevraagd. De eerste reden is dat de organisatoren mij hebben gevraagd omdat  ik als decaan van de Campus Den Haag ervaringen heb opgedaan met de opbouw van een universitaire vestiging in een stad waar geen universiteit was en waar ook gewerkt wordt aan een academisch klimaat. De tweede reden is dat ik lid ben van de Raad van Toezicht van de University Campus Fryslan.  Ik definieer academisch klimaat als volgt: De intellectuele en de fysieke infrastructuur die het beoefenen van wetenschap op het hoogste niveau mogelijk maakt. Aan welke voorwaarden moet worden voldaan wil er sprake zijn van een academisch klimaat: 

Voorwaarden:

1.     Goede en enthousiaste wetenschappers

2.     Gemotiveerde studenten

3.     Een centraal academiegebouw, bijvoorbeeld de Kanselarij

4.     Studentenhuisvesting en woningen voor wetenschappers

5.     Aanwezigheid van een bibliotheek (e-library)

6.     Het stimuleren van debat en discussies

7.     Internationale uitwisseling van kennis

8.     Culturele activiteiten (literatuur en beeldende kunst)

9.     Sportfaciliteiten en activiteiten

10.   Gezamenlijke introductieweek

11.   Goedkope restaurants

De UCF  kan het academisch klimaat in Leeuwarden bevorderen. UCF is een netwerkuniversiteit waarin hogescholen, kennisinstellingen, universiteiten en het bedrijfsleven samenwerken. UCF heeft goud in handen met de hotspot benadering: duurzame energie, water, meertaligheid, toerisme, groene life sciences. Hotspots zijn plekken in het heelal waar de energie naar toetrekt: plekken waar het gebeurt. De hotspot benadering past in de ideeën van staatssecretaris Zijlstra en minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovaties (ELI). Zij passen ook bij de Europese agenda voor onderzoek. UCF start met een graduate school waarin een onderzoekschool wordt gestart, waarin masterprogramma’s worden ondergebracht en phd. onderzoek zal plaatsvinden. Als deze klus geklaard is kan er gedacht worden aan brede bachelors of een university college met een “liberal arts and sciences” programma. 

Wat mij wel opvalt is dat besluitvormingsprocessen in Friesland erg lang duren. Besluitvormingsprocessen kennen momenten van ontdooiing waarin iedereen meepraat, maar zo nu en dan moet er sprake zijn van een bevriezingsmoment. Een moment waarop er een besluit kan worden genomen. 
 
Friesland moet naar mijn mening tempo maken met de ontwikkeling van de University Campus Fryslan. De hoogleraar bestuurder prof. Zwarts verdient alle steun. Friesland moet de boot niet missen.  De provincie en de gemeente kunnen natuurlijk niet aan alle bovenstaande voorwaarden voor een academisch klimaat voldoen. Er dienen prioriteiten te worden gesteld. Naar mijn mening moeten het academiegebouw (De Kanselarij) en studentenhuisvesting als eersten worden aangepakt.

vrijdag 4 maart 2011

Fotofinish


Ik lees op dit moment de memoires van George W. Bush. In het boek schenkt de oud-president van de Verenigde Staten veel aandacht aan zijn verkiezingen. Het verschil tussen Bush en Gore en later tussen Bush en Kerry was miniem. Bush schrijft hoe zenuwslopend deze avonden waren. Hij werd op deze avonden door zijn adviseurs of door zijn vrouw tegengehouden om niet te snel de overwinning te claimen.

Ik moest er woensdagavond aan denken bij de uitslagenavond rond de Provinciale Statenverkiezingen. Rob Trip en Ferry Mingelen begonnen de avond met zeer veel slagen om de arm. Bij de eerste voorlopige prognose bleek  dat Rutte niet meer over een meerderheid in de Eerste Kamer kon beschikken.  VVD, CDA en PVV hadden slechts 35 zetels. Zelfs met de verwachte 2 zetels voor de SGP was er slechts sprake van 37 zetels. Eén zetel te weinig! Het enthousiasme bij links nam daardoor snel toe. De slagen om de arm verdwenen. Rutte was gezakt voor zijn examen. Bij de definitieve prognose was er sprake van 36 zetels voor de coalitie. Het was duidelijk volgens Mingelen en de linkse oppositie: Rutte had verloren. De minister-president bleef echter wachten en tijdens de avond bleek dat coalitie opkroop naar 38 zetels, om uiteindelijk weer terug te zakken naar 37.  De slagen om de arm kwamen snel weer terug.

Terwijl het partijpolitieke landschap steeds meer versplinterd valt het op dat wij in twee blokken blijven denken: links en rechts. Het electoraat splitste zich voor de tweede keer in korte tijd op in twee geconstrueerde blokken die elkaar in evenwicht houden, waardoor zij elkaar in zeker zin gijzelen. Het draaide dus net als bij de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni vorig jaar om één zetel. Het was destijds 30 voor de PvdA en 31 voor de VVD. Door deze ene zetel verschil werd Mark Rutte minister-president en niet Job Cohen. Nu ging het weer om één zetel, die tussen 37 of 38 zetels voor de coalitie in de Eerste Kamer. Die ene zetel maakt alles uit. Als de ene zetel naar links valt zijn de reacties stellig. Het kabinet kan beter opstappen. Valt de ene zetel naar rechts, dan zal het beleid van het kabinet Rutte krachtig worden voortgezet. Het is nu niet precies duidelijk welk blok de meerderheid heeft.  Beide blokken dienen dus bereid te zijn samen te werken. De zakelijke benadering moet de boventoon voeren.

Eén zetel! De regeringspartijen VVD en CDA kan worden verweten dat zij te laat met de campagne  zijn begonnen. Was het verstandig dat Verhagen op wintersport ging? Maakte Rutte, wiens presentatie bewondering afdwingt, de laatste dagen wel inhoudelijk het verschil? Had Geert Wilders zijn achterban niet meer moeten oproepen naar de stembus te gaan? Zijn het CDA, de VVD en de PVV er niets iets te gemakkelijk vanuit gegaan dat het allemaal wel goed zou komen omdat er in het land brede steun voor het kabinetsbeleid werd verondersteld? Was het verstandig van rechts om de verkiezingen over te laten aan de fractievoorzitters van de Eerste Kamer - Brinkman (CDA) en Hermans (VVD) – die de confrontatie aan moesten gaan met fractievoorzitters van links uit de Tweede Kamer?

Door de fotofinish zal de Nederlandse politiek de komende tijd blijven voortmodderen. Een finish waarvan we de foto pas in mei te zien zullen krijgen als de Statenleden de Eerste Kamer kiezen. Wat gaat er nu gebeuren? De eerste mogelijkheid is een kabinetscrisis. Het kabinet houdt het voor gezien en schrijft verkiezingen uit.  Dit lijkt nog niet waarschijnlijk omdat wij net verkiezingen hebben gehad. De tweede mogelijkheid is dat er een zakelijke benadering ontstaat. Rutte onderhandelt de komende tijd met de kleine partijen: SGP (1 zetel),  50Plus ( 1 zetel) en de onafhankelijke senatoren (misschien 1 zetel).Rutte valt nog niet tussen wal en schip, maar hij balanceert op een glibberig touw. Hij heeft de capaciteiten van een trapezewerker nodig om het minderheidskabinet gaande te houden. Omdat er sprake is van een fifty-fifty verhouding is de kans groot dat de premier alleen zaken kan regelen waarover bijna nationale consensus bestaat.  Dat betekent dat de kern van het kabinetsbeleid – de bezuinigingen en een strenger immigratie en  asielbeleid – niet kunnen worden aangepakt.  De kans neemt daardoor toe dat Wilders op termijn de stekker uit het kabinet trekt. Omdat de helft van zijn kiezers niet is komen opdagen, zal hij de volgende verkiezingen meer dan één zetel winnen.  

Bron: Trouw
Publicatiedatum: 4 maart 2011