donderdag 4 mei 2017

De kinderen van Pim



De kinderen van Pim



Bespreking van Joost Vullings, “De kinderen van Pim”, Lebowski Publishers, Amsterdam 2017.
 
De kinderen van Pim, Joost Vullings.
Ik heb mij kostelijk vermaakt met het boek van Joost Vullings over de kinderen van Pim. Het is een boek over een zeer interessante periode in de recente vaderlandse geschiedenis van Nederland. In 2001 besloot Pim Fortuyn de politiek in te gaan. Eerst bij Leefbaar Nederland, maar daar werd hij door Jan Nagel uitgezet, en toen via de Lijst Pim Fortuyn. Net voor de verkiezingen wordt Pim Fortuyn echter vermoord door Volkert de Graaf. Zonder politiek leider behaalde de LPF toch 26 zetels. Het boek van Vullings betreft interviews met de 26 Kamerleden die het na de moord als hun plicht voelen om door te gaan, maar uiteindelijk, na 15 jaar concluderen zij dat zij dat beter niet hadden kunnen doen, of althans dat een plek in de oppositie verstandiger was geweest dan onmiddellijk met het eerste kabinet Balkenende te regeren. De ploeg was te onervaren en kon niet op tegen politieke routiniers zoals Gerrit Zalm en Maxime Verhagen.

Het zijn prachtige interviews met mensen die destijds de moed toonden om “professor Pim” te steunen. De meesten kenden hem van zijn columns uit Elsevier en het tv-programma Businessclass van Harry Mens. Sommige interviews zijn hilarisch, enkele ontroerend vanwege persoonlijke onthullingen en anderen zeer bevreemdend. Dat de meeste LPF’ers geen vrienden waren van Melkert en Kok was al duidelijk, maar in sommige interviews spat de haat tegen links er vanaf. Maar nu de sociaal democratie naar de marge van de geschiedenis is verdreven, ligt ook premier Rutte, flink onder vuur. 

Vullings is niet alleen een goed interviewer (hij dient zijn gesprekspartners van repliek), maar schrijft ook een prima inleiding, waardoor de lezer onmiddellijk terug is in deze spannende politieke periode. De 26 Kamerleden van de LPF waren allemaal van buiten het systeem en daardoor voorlopers van de ontwikkelingen die nu in vele Westerse democratieën plaatsvinden. Deze anti-systeem partijen worden verenigd door de volgende vraagstukken te agenderen:

  • kritiek op de instituties van Europa;
  • anti immigratie;
  • anti bureaucratie;
  • kritisch over de bestaande gezondheidszorg en het onderwijs.


Het boek is zeer de moeite waard voor mensen die geïnteresseerd zijn in het ontstaan van een anti-establishment partij en de tegenwerking daarvan (bewust of onbewust) door het bestaande politieke systeem. Het boek laat heel duidelijk zien wat er allemaal bij de oprichting van een nieuwe politieke partij komt kijken. De inleiding van Vullings is uitstekend, maar na de interviews, laat hij bij de uitleiding enige steken vallen. De epiloog had beter gekund, met name omdat Vullings zoveel materiaal (“goud”) in handen heeft. Hij laat het liggen in de analyse van de bestaande machthebbers, de rol van de media en de representatieproblemen in de huidige post-politieke periode. Hij laat ook na een aantal duidelijke conclusies te formuleren over vragen die hij zelf  opwerpt:

  • Wat was het verband tussen fractievoorzitter Mat Herben en de aanschaf van de Joint Strike Fighter?
  • Welke rol speelde het LPF-kamerlid Van As bij het einde van Balkenende I? Klopt het verhaal over het zwaaien met een pistool of is de LPF in de val van Maxime Verhagen en Gerrit Zalm gelopen?
  • Was Volkert van der Graaf alleen of waren er meer machten bij de moord betrokken? Anders geformuleerd: Was Volkert slechts een nuttige idioot in een historische context die anti-Fortuyn was?


Duidelijk is dat het charisma van Fortuyn niet indaalde in een politieke organisatie. Er ontstond strijd tussen de 26 kinderen van Fortuyn . Na 15 jaar zijn zij het erover eens dat Fortuyn het nodige in gang heeft gezet, maar het is lastig voor hen, de prestaties concreet te maken. De respondenten vinden allemaal dat er een zekere historische lijn is tussen Fortuyn, Verdonk en Wilders. Maar Wilders kan volgens hen niet in de schaduw van Fortuyn staan. Hij mist de intellectuele breedte, is slechts gericht op 1 vraagstuk (de Islam) en formuleert in tegenstelling tot Fortuyn helemaal geen oplossingen.

Het boek had aan kracht gewonnen als Vullings ook de ministers en staatssecretarissen van de LPF in Balkenende I had geinterviewd. We zijn ze al bijna vergeten: De Boer, Heinsbroek, Bomhoff, Nawijn, Hessing, Van Leeuwen, Van Eijk, Odink en Phoa. Dan was de strijd tussen de LPF en de staande politiek en bureaucratie nog duidelijker geworden. De LPF heeft volgens Herben zelf het hout voor de brandstapel aangedragen, maar botste ook op de taaie structuren van de bestaande macht. Die geeft zich niet zomaar gewonnen.


Jouke de Vries is hoogleraar bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en decaan van Campus Fryslân van diezelfde universiteit.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen